Station Groningen

Dat de mensen op station Groningen nooit haast hebben met uitstappen. Ze lijken te denken: we hebben toch al helemaal de tijd genomen om hierheen te gaan, dan maken die twee minuten ook niet meer uit. Dat het vertragend en verkoelend werkt om naar die stad te gaan. Toen ik er woonde stoorde het me dat mijn moeder als ze langskwam altijd zei dat het er zo koud was, ‘veel kouder dan bij ons’. Ik dacht dat je die paar graden verschil niet kan voelen en dat ze het zich inbeeldde. Maar tegenwoordig vind ik het er ook koud. Alsof bij ons de lente al bijna begint en ze daar in Groningen nog niets vanaf weten. Alsof zulke informatie bij hen even weinig haast heeft als de reizigers met uitstappen.

En de Amsterdammers maar haasten. Ze hoeven meestal al zo kort te reizen maar proberen toch nog elke minuut winst te pakken. Een Amsterdammer die het koud heeft, heeft volgens mij al helemaal haast. Maar de Groningers hebben het beter begrepen: vertragen en de kou accepteren. En tegen elkaar zeggen dat het er heus niet echt kouder is dan in de rest van Nederland.

Ruziemaken

Dat ik laatst las dat je het beste ruzie kunt maken met je partner door hem of haar ondertussen ook regelmatig aan te raken. Dat ik daar echt niet aan moet denken, het valt wat mij betreft niet te combineren. Dan heb ik net zo lief geen ruzie.

A.L. Snijders

Dat ik fan ben geworden van de boeken van A.L. Snijders. Dat het zo heerlijk is om een nieuwe schrijver te ontdekken, zeker als je merkt dat er heel veel van diegene is. Dat ik ook even op Wikipedia heb gekeken om te zien of hij nog leeft, om te weten of dit het echt is qua leesvoorraad of dat er misschien nog boeken bij komen. Dan weet ik tenminste waar ik me precies op verheug.

Dat ik het hard van mezelf vind dat ik wel hoop dat hij voorlopig niet doodgaat maar dat ik dat meer voor mezelf hoop dan voor hem. Dat ik anders snel weer een nieuwe schrijver moet zien te vinden en dat gaat dan eerst weer een paar keer mis, dan lees je beginnetjes van stomme boeken of nog erger, van medium leuke boeken. Die besluit je niet meteen weg te leggen, je geeft ze nog een kans. Maar na een bladzijde of 50 besef je dat het toch echt zonde is van je tijd, maar dan is het ook zonde van die 50 bladzijden om te stoppen, en ga je je dus sowieso schuldig voelen.

Hoe ouder Snijders wordt, hoe minder schuldgevoelens ik in mijn leven zal ervaren. Volgende keer zoek ik wel een jongere schrijver uit.

Afvalkalender

Dat ik per ongeluk op de afvalkalender van 2017 had gekeken en daardoor het plastic op dinsdag aan de weg had gezet terwijl dat dit jaar ineens op vrijdag blijkt te moeten. Dat ik mijn zakken toen terug wilde halen, maar er al allemaal zakken van andere mensen bij lagen en ik geen zin had om hun afval mee naar huis te nemen en ook niet om uit te zoeken welke ook alweer van mij waren.

Dat ik blijkbaar nogal veel invloed heb op de buurt; ik orden niet alleen het leven van mijn vriend, maar ook dat van de rest van de straat.

Afstandje

Dat het afgelopen zaterdag echt als vakantie voelde terwijl we toch allemaal werk-gerelateerde dingen hadden gedaan. Dat het dus echt niet in het type activiteiten zit, dat gevoel. Je kunt op een strand gaan liggen maar in je hoofd gewoon aan werk denken, je kunt seks hebben maar toch bezig zijn om dingen af te werken. Maar je kunt dus ook vergaderen en in je hoofd vrij zijn. Het is die blik waarbij je van een afstandje naar alles kijkt en er verder niet zo veel van vindt.

De keuken schoonmaken

Dat ik zin heb in een weekend waarin ik de keuken schoon kan maken. Het is niet zozeer het schoonmaken van die keuken zelf waar ik me op verheug, maar dat weekend. Blijkbaar is het zo’n rustig weekend dat ik de keuken schoonmaken geen probleem vind, omdat ik ook nog tijd heb voor leuke dingen. Anders zou ik de keuken namelijk nooit gaan schoonmaken. Het is dus een weekend waarin je denkt – en misschien zelfs hardop zegt – : Weet je wat? Maak ik nu de keuken even schoon, neem ik de rest van de dag lekker vrij.

Lezen

Dat ik me zo had verheugd op een avondje lezen maar dat we toen in plaats daarvan ruzie hebben gemaakt. Dat ik nu niet weet wanneer ik dan ga lezen. Dat ik eigenlijk na afloop van de ruzie wilde roepen: nu heb ik door jou niet kunnen lezen! Maar dat ik net op tijd bedacht dat dat mijn leesmogelijkheden waarschijnlijk niet ten goede zou komen.

Google maps

Dat ik al twee keer bijna ben gaan spookrijden met de auto. Dat ik daar heel graag google maps de schuld van wil geven, maar ook wel begrijp dat hun aanwijzing niet was: ga nu de afrit van de snelweg op in plaats van de oprit. Maar dat ik wel vind dat ze wat heftiger zouden kunnen reageren in zo’n geval. Waarom krijg ik wel noodmeldingen op mijn telefoon als er met Koninginnedag nogal veel mensen in Amsterdam zijn maar niet als ik mezelf bijna te pletter rijd?

Dat ik sowieso vind dat Google maps me maar een beetje laat modderen in die auto. Ze moeten toch begrijpen dat ik liefdevol dien te worden toegesproken tijdens een activiteit als autorijden, en niet zo stampend.

Lege verpakkingen

Dat mijn vriend altijd overal lege verpakkingen laat liggen. In de kelder pakt hij wel de biertjes, maar het karton rondom het sixpack laat hij achter. En in de badkamer laat hij zijn lege shampooflessen gewoon op zijn plankje staan, of nog erger, op het mijne. Het gaat me nu even niet om het feit dat dit irritant is, omdat ik nu steeds denk we nog bier en shampoo hebben en dan ineens zonder zitten. Het gaat me om het feit dat dit hem zelf niet stoort. Ik zou helemaal onpasselijk zou worden als ik dit zou doen, wat betekent dat we wezenlijk andere mensen zijn.

Een van ons kan de ander hierin natuurlijk tegemoet komen in zijn of haar gedrag: hij kan zijn verpakkingen opruimen ook al storen ze hem niet, of ik kan zijn verpakkingen gedogen. Maar hij zal er nooit onpasselijk van worden en ik zal nooit zelf denken: dit komt een andere keer wel.