Rijles

Dat ik heel anders naar het verkeer kijk sinds ik rijles heb. Vanuit de bestuurdersstoel voelt het overbodig om te remmen voor een drempel. En ik vind 30 rijden niet te doen, zo langzaam. Ook vind ik zo veel afremmen omdat verkeer van rechts voorgaat overdreven, dan denk ik: die mensen zullen toch ook wel uitkijken? Dat ik mijn rijbewijs voorlopig waarschijnlijk nog niet heb.

Douchen

Dat de vrouw van de tweedehands kledingwinkel de kleren die ik wilde inbrengen vond stinken. Ze zei er wel bij dat ik het niet persoonlijk op moest vatten, maar dat vond ik lastig. ‘Hier, ruik maar’, zei ze ook nog. Maar ik rook niks. Toen beweerde ze ook nog dat de hele winkel zou gaan stinken als ze mijn kleren ertussen zou hangen. Dat ik het allemaal maar onzin vond, maar toen ik thuis kwam toch eerst even ben gaan douchen.

Verenigingsmens

Dat iemand tegen mij zei: ik ben een verenigingsmens. Dat ik toen eigenlijk wilde zeggen dat ik daar juist helemaal niet van hou, van dat iedereen elkaar kent en zo, maar geen manier wist om dat uit te leggen zonder het verenigingsmens in kwestie te beledigen. Dat ze nu misschien denkt dat ik er ook een ben.

Bubbelbad

Dat ik vroeger regelmatig baantjes ging zwemmen en dat zo saai vond dat ik daarna altijd in het bubbelbad mocht van mezelf. Dan koos ik altijd de dennengeur. Dat ik nu als ik in het bos loop altijd eerst denk: het ruikt hier naar bubbelbad.

Tbs

Dat mijn telefoon steeds harder aan mij trekt. Dat ik nu al las over onderzoeken waaruit blijkt dat we ons van binnen rustiger voelen als hij in het zicht ligt. Dat ik me soms afvraag waar dit heengaat. Zou er een moment komen dat inbrekers je huis leeghalen maar je telefoon laten liggen, omdat hij te dierbaar is om te stelen? Dat wie dat wel doet ook meteen tbs krijgt.

Gemengde gevoelens

Dat mijn kat midden in de nacht ineens bij ons bed kwam miauwen alsof er echt wat aan de hand was. Dat ik toen ben opgestaan omdat ik me in mijn hoofd had gehaald dat er misschien wel iets mis was met onze andere kat, haar concullega, en ze daar gemengde gevoelens bij had. Dat ik met haar mee naar buiten ben gegaan en ze me daar vervolgens erg verbaasd aankeek. Dat ik toen mijn andere kat ben gaan roepen. Dat die niet kwam. Dat ik toen maar terug naar boven ging en haar daar onder mijn bureau zag liggen.

Hoogseizoen

Dat ik het liefst in het hoogseizoen op vakantie ga. Niet dat ik van krijsende kinderen hou, en zelfs als ze niet krijsen vind ik ze zelden van toegevoegde waarde, maar het feit dat iedereen vakantie houdt doet mij wel altijd erg goed. Als ik daarbuiten eens een dagje vrij neem voel ik me direct schuldig, alsof ik aan het spijbelen ben. De krijsende kinderen, de stomme Nederlanders overal en de hoge prijzen bevestigen voor mij dat het nou eenmaal vakantie ís. Ik heb geen actieve keuze hoeven maken, ik geef slechts gehoor aan de feiten.

Boekhouder

Dat ik denk dat mijn leven een stuk minder gecompliceerd zal zijn als ik boekhouder word. Het is wel een ingewikkeld vak, maar alle moeilijkheden bevinden zich dan binnen dat systeem en dat maakt het toch een stuk behapbaarder. Ik snap trouwens weinig van mensen die ‘debiteuren’ en ‘crediteuren’ steeds door elkaar halen. Ik krijg bij ‘debiteuren’ direct een lekker gevoel, terwijl ik bij ‘crediteuren’ bijna als vanzelf een vies gezicht trek. Ik zal me dan wel moeten leren verplaatsen in die mensen.

Complimenten

Dat ik nog steeds zo blij word van complimenten, terwijl ik eigenlijk vind dat ik daarboven moet staan. Dat dat waarschijnlijk nooit overgaat. Dat ik dan maar moet zorgen dat de complimenten niet stoppen.