Traphekje

Dat ik een interview las met een vrouw die meer werkt dan haar man. Ze vertelde over de rolverdeling thuis, en dat ze best vaak op haar kop krijgt van hem, bijvoorbeeld als hij vindt dat ze er niet goed genoeg aan denkt om het traphekje dicht te doen.

Ik had het nog nooit in deze verhouding gehoord, altijd andersom. Mijn vriendinnen vinden allemaal dat hun vriend te veel tv met het kind kijkt, te weinig naar buiten gaat, zijn hele ontwikkeling verstoort of in elk geval niet bevordert. Maar nu was het een keer de man.

Zo wil ik ook nog wel een kind, dacht ik toen. Als dat daar gewoon rondloopt en
-valt en ik dan weliswaar af en toe op mijn kop krijg, maar er tenminste niet de hele dag bovenop hoef te zitten. Op dat kind niet en op die man niet.

Overleven

Dat iemand van de tennis zo naar zweet stinkt, oud zweet. Soms kom je op een lege baan en hangt daar nog die walm waardoor je weet dat hij er het uur daarvoor heeft gespeeld. Soms speel ik zelfs mét hem en dan wil hij ook nog handjeklap doen als we een punt hebben. Als hij daar ondertussen dan ook nog wat bij zegt, vind ik het echt moeilijk om terug te praten, omdat ik aan het overleven ben.

Net als toen ik nog een fiets had in Amsterdam. Ik woonde destijds in Groningen maar kwam er vaak voor mijn opleiding. Maar als ik dan samen met mijn Amsterdamse vriendinnen ergens naartoe reed waarvan zij zeiden dat het 20 minuutjes fietsen was, moest ik trappen als een bezetene om ze bij te houden. Zo’n afstand duidden wij in Groningen aan met ‘3 kwartier’. En zij ondertussen maar kletsen. Ook toen was er bij mij sprake van overleven, en gaf ik slechts korte antwoorden.

Trillen

Dat het onweerde terwijl we ’s ochtends vroeg nog in bed lagen en ik toen beneden de hond op ben gaan halen omdat die dan altijd bang is. Dat hij toen bij ons op bed kwam trillen. Hij mocht van mij niet onder de deken of op het kussen, dat leek me niet goed voor zijn opvoedinkje. Dat ik hem wel aaide maar verder ook probeerde te doen alsof er niet zoveel aan de hand was, zodat hij niet nóg banger zou worden. Maar toen kwam er ineens een hele harde klap en schrok ik me zelf rot.

Dat ik toen ook het liefst door iemand zou worden opgehaald bij wie ik mag trillen. Dan hoef ik echt niet per se onder de deken.

Eigenlijk

Dat ik een tijdschrift las en er helemaal onderaan de bladzijde een heel klein rondje stond met een advertentie erin die erg op mij van toepassing was (biologisch katoenen dekbedovertrekken). Dat ik toen heel even dacht dat het een gepersonaliseerde advertentie was, maar me meteen daarna realiseerde dat dat niet kan omdat ik (voor zover ik weet) geen Google glasses draag. Als iemand mijn bril ongemerkt heeft verwisseld zou het wel kunnen, en dan vind ik het knap dat ze dat rondje zo precies konden vervangen. Dan ben ik wel benieuwd wat er eigenlijk in dat rondje stond. Of heeft iedereen ongemerkt die glasses gekregen en bestaat er dan geen ‘eigenlijk’ meer?

Wegduiken

Dat ik op het terras bij het filmhuis ineens een bekende zag zitten, een leuke vrouw waarmee ik vroeger samen vrijwilligerswerk heb gedaan. En toch was mijn eerste neiging: wegduiken. Nadat het gevaar geweken was en ik met kloppend hart weer overeind kwam vroeg ik me wel af waarom ik haar per se niet wilde spreken, of ze dan misschien toch niet echt aardig was. Maar dat was ze wel. Ik denk dat de onverwachtheid het probleem was, het zat niet in mijn systeem om haar vandaag te spreken.

Bij hele goede vriendinnen ben ik trouwens wel altijd blij als ik ze tegenkom, dan zit het ook niet in de planning maar is het een welkome verstoring daarvan. Maar dan kunnen we ook meteen verder met ons doorlopende gesprek, we hoeven geen inventariserende vragenlijst af te werken om elkaars huidige situatie in kaart te brengen. Er is gewoon een kletsmoment bijgekomen, en daar ben ik altijd voor in.

Bijkomen

Dat de wc beneden doorloopt, en het me lukte om me daar heel lang niet aan te storen, maar nu zijn we dat punt toch wel voorbij. Toch heeft het weinig zin om me te ergeren, want ik ga het zelf niet oplossen en mijn vriend is een week weg. Toen ging ik iets printen en stond de printer boven nog even na te loeien terwijl het blaadje er al lang uit was gekomen. Dat vond ik wel wat overdreven, zeker aangezien hij even lang naloeit bij 1 printje als bij 100, maar ik begreep het wel. Hij moet gewoon even bijkomen na elke activiteit. Net als de wc.

Kleedkamer

Dat ik op moest treden in een tent op een festival en me probeerde te concentreren in mijn ‘kleedkamer’ (het was een beetje een aftands hokje), maar dat er toen steeds behoeftige vrijwilligers binnenkwamen. Zij hadden het festival namelijk georganiseerd en wilden dat heel graag vertellen. Ze wilden ook toelichten wie de soep had gemaakt, wie er verantwoordelijk was geweest voor het halen van het brood en wie de salade voor zijn rekening had genomen. Ik dacht me er even makkelijk vanaf te maken door ze gewoon meteen te geven wat ze wilden, dus zei ik: ‘Wat leuk dat jullie dit allemaal organiseren.’ Maar daarmee was de kous niet af. ‘Ja’, zeiden ze, ‘het is namelijk wel erg veel werk, ook de aankleding. We zijn al vanaf 12 uur vanmiddag in touw.’ Toen gaf ik het op.

Het waren ook zo veel vrijwilligers, en ze leken allemaal op elkaar. Hun namen waren ook vrij generiek, gewoon Els en Loes en dergelijke. Voor mij voelde het eigenlijk alsof dezelfde vrijwilliger steeds opnieuw binnenkwam en zich alweer kwam voorstellen. En ondertussen alleen maar behoeftiger werd.

Bijzondere dagen

Dat het me gisteren weer gelukt is om met de kapster te blijven praten tijdens onze afspraak. Terwijl ik me had voorgenomen om het dit keer maar gewoon ongemakkelijk te laten worden. Maar vervolgens ben ik toch weer mijn best gaan doen, heb ik me wederom geprobeerd te verdiepen in haar dagen. Dat heb ik al bij vele kappers gedaan, omdat ik veel verschillende heb gehad. Ik zocht net zo lang door tot ik er eentje had die mijn haar zo kon knippen dat ik het daarna ook echt los durfde te dragen. Deze heeft niet echt bijzondere dagen, maar dat is haar wel gelukt.

Eend

Dat ik bij mezelf merk dat ik altijd een beetje schrik als ik erachter kom dat iemand die ik bewonder vlees blijkt te eten. Vraag me niet waarom, maar dit effect is sterker als het een vrouw betreft. Laatst had ik het bij een schrijfster, ik moest echt even bijkomen voor ik verder las. Ik denk dat het ermee te maken heeft dat je diegene voor je gevoel al echt kent, en zoveel gemeenschappelijks ervaart dat je onbewust denkt: wij zijn hetzelfde. Hoe zo iemand in een interview achteloos het woord ‘saté’ kan laten vallen, of zelfs ‘eend’, terwijl er bij mij dan echt iets instort. Vooral bij eend. Saté kun je nog wel per ongeluk eten, zo voelt het.

Zee

Dat we naar het strand gingen, zomaar op een zondagavond. Dat dat gewoon bleek te kunnen qua tijd. Dat de hond het niet meer had van blijheid, hij bleef maar grote cirkels rennen en in zee stampen. Af en toe nam hij een slok, daarna schudde hij verbaasd het smerige zoute water weer uit zijn bek. Hij leerde daar niet van, deed het een paar keer op verschillende plekken.

Dat ik hem toen heb uitgelegd dat het één zee is.