Zielig

Dat bij ons thuis óf de honden beneden alleen zitten óf de katten boven, en dat er op die manier altijd wel iemand zielig is. Sowieso is er nogal veel zielig, er werd net op tv een geitenkop gegeten en toen heb ik weggezapt maar dat maakt het natuurlijk niet minder erg. Maar mocht er een hemel zijn en die geit kijkt toe met zijn romp, dan zal hij het denk ik wel begrijpen.

Kutwereld

Dat ik het gevoel had dat die hele kutwereld mij het tyfusleven onmogelijk maakt, maar dat ik toen een dutje ben gaan doen en het daarna de gewone wereld maar bleek te zijn.

Dat je altijd even een dutje kan doen, je moet gewoon zorgen dat de tyfuswereld dat niet door heeft.

Psychologie Magazine

Dat ik van mezelf altijd alle artikelen moet lezen in Psychologie Magazine maar daar vaak helemaal geen zin in heb dus dan liever iets anders ga doen. Daardoor hopen de Psychologie Magazines steeds meer op, totdat ik op het punt kom dat ik tegen mezelf zeg: weggooien is ook zonde, lees dan maar gewoon de artikelen die je leuk vindt. Dat ik nu niet hoef te lezen hoe je weerbaarder wordt maar wel mag lezen hoe het met Birgit Schuurman gaat.

Om de dag

Dat ik er niet aan kan wennen dat mijn vriend de laatste tijd om de dag thuis werkt. Zit ik net een beetje in het alleen zijn, komt hij weer aanzetten. En dan ben ik net weer gehecht aan die geluiden beneden, is het daarna weer zo stil. Ik zou het liever in blokken indelen, want uiteindelijk kan ik het heus wel allebei.

‘Blijf’

Dat het koud was en heel hard waaide en ik de volle tassen alvast aan mijn stuur had gehangen maar mijn boodschappenkarretje toen nog even terug moest brengen. Dat ik bang was dat mijn fiets om zou vallen door de wind, en dat ik dat er echt even niet bij kon hebben. Dat ik besloot de gok toch te nemen en toen bijna ‘blijf’ tegen mijn fiets zei. Maar de kans dat die luistert is denk ik nog kleiner dan bij mijn hond.

Met de auto mogen

Dat ik me sinds we een auto hebben heel vaak afvraag of we met de auto mogen. Ik voel me snel schuldig als we hem gebruiken wanneer dat niet echt nodig is, want geld en want milieu. En we hebben hem natuurlijk zelden écht nodig, want hiervoor hadden we een hele tijd geen auto en dat hebben we al die jaren toch maar mooi overleefd.

Wat ik dan doe is bevestiging zoeken bij anderen: ik denk erover om met de auto te gaan, wat vind jij? En dan ga ik net zo lang mensen af totdat iemand precies zegt wat ik wil horen: ik zou gewoon lekker de auto pakken hoor, het is hartstikke koud en jij doet al zoveel goed. Misschien wil ik dat laatste vooral gewoon even horen.

Lapje

Dat ik vannacht in bed mijn sokken uitdeed, maar ze er niet uit gooide zoals normaal. Ik liet ze onderin liggen en hield ze vast met mijn voeten. Dat dat me ineens deed denken aan dat sommige kinderen vroeger een lapje hadden, geen knuffel maar een lapje. Ik had alleen knuffels, ik had zelfs een heel knuffelmuseum als ik ze allemaal bij elkaar zette, maar een lapje heb ik nooit gehad. Het lapje had geen naam, maar het moest wel precies dat lapje zijn. En het enige wat ze er eigenlijk mee deden, was het in hun hand geklemd houden tijdens het duimen. Dan deed het me altijd aan een zakdoek denken, alsof ze het daarom alvast bij hun neus in de buurt hielden. Maar ik voelde toen ook al wel aan dat ik dat beter niet kon zeggen. Hadden die ouders geen geld voor knuffels? Of leken hun kinderen op katten, waren ze blijer met papa’s zakdoek dan met duur gekocht speelgoed, zoals katten liever een elastiekje hebben dan een stoffen muis met veren?

Ik heb het lapje nooit begrepen, totdat ik vannacht mijn sokken zo lekker vast had met mijn tenen.

Nagellak

Dat het me bij het verwijderen van mijn nagellak altijd opvalt dat ik ongeveer evenveel remover nodig heb voor mijn duim als voor al mijn andere vingers bij elkaar. Dat voelt op de een of andere manier toch oneerlijk. Ik probeer dat dan een klein beetje gelijk te trekken, door nooit een heel nieuw watje speciaal voor die duim te pakken. Maar daardoor wordt het watje waarmee ik dan ook nog mijn hele duimnagel doe te vies en zit mijn hand daarna steeds onder de rode vlekken.

’s Ochtends stemmen

Dat het toch voelt alsof je meer invloed hebt op de uitslag van de verkiezingen als je ’s ochtends gaat stemmen. Of eigenlijk is het eerder andersom: het voelt alsof je nóg minder invloed hebt als je ’s avonds stemt. Als ze al met voorlopige uitslagen komen, denk ik bijna: wacht even jongens, nemen jullie deze nog wel mee? Alsof er na de eerste tel-sessie te weinig stemmen in het stembureau overblijven om nóg een keer op en neer te fietsen met de bakfiets en de vrijwilligers van de lokale verkiezingen de uitslag dan maar gewoon afronden.

Wapenen

Dat ik niet zozeer de kou zelf zat ben, maar wel het jezelf de hele tijd maar wapenen ertegen. Dat je half gewurgd wordt door je eigen sjaal, dat je moet kiezen tussen zuurstof en kou. En dat je steeds een pakket aan tegenmaatregelen verzamelt voordat je de deur uitgaat in de vorm van handschoenen en muts.

Ik herinner me van een vakantie in Italië dat ik die warmte niet per se lekker vond maar wel heel vrij. Binnen en buiten waren meer hetzelfde, het waren allemaal ruimtes waar je in kon in plaats van een plek waar het fijn is en een plek waar je voor moet waken.

Dat er niks om je nek hoeft vind ik sowieso fijn, hoewel ik ook heel erg wen aan altijd maar die sjaals. Het eerste moment in het jaar dat ik er geen om heb buiten voel ik me heel naakt, alsof mijn nek daar te kwetsbaar voor is. Ik hou er ook niet van als mijn vriend mij in mijn nek zoent. Alleen mijn sjaal mag daar komen.