Obstakel

Dat mijn rijjuf het vaak over ‘een obstakel aan mijn kant van de weg’ heeft en dat ik dan moet wachten. Dat ik later die dag in Amsterdam was en continu bijna van de sokken werd gereden door een paar honderd fietsers. Dat ik toen ineens wist wat het is met Amsterdamse fietsers: zij beschouwen voetgangers als obstakels, ook op een zebrapad. Ze willen me liever niet aanrijden maar meer omdat ze dan uiteindelijk nog later thuis zijn dan omdat dat erg is voor mij. Terwijl het obstakel toch echt voorrang heeft.

Sjaal

Dat er in het bos een sjaal in een boom hing. Dat ik toen heel even dacht dat er iemand gewurgd of opgehangen was, zoals ik dat altijd denk bij kledingstukken in een bos sinds ik thrillers lees.

Daarna dacht ik: het is eigenlijk best een leuke sjaal. En ik zocht nog een sjaal. Maar ik durfde hem niet mee te nemen, want hij hing natuurlijk in die boom zodat degene die hem verloren is hem gemakkelijk terug kan vinden. De echte wereld is zoveel vriendelijker dan die in thrillers; wij hangen geen mensen in bomen, maar alleen hun verloren kledingstukken.

Mocht de eigenaar van de sjaal toch vermoord blijken te zijn, dan ben ik wel blij dat ik nu niet met haar sjaal rondloop, ook al heeft ze hem dan zelf juist niet meer nodig.

Seizoenen

Dat mijn kat zo gezellig binnen is nu het herfst wordt. Sinds ze ouder wordt zijn er steeds meer seizoenen waarin ze niet buiten wil zijn. Vroeger was het alleen het besneeuwde deel van de winter, toen de hele winter, nu pakt ze de herfst er ook al bij. Misschien moet ik een extra stoel voor haar neerzetten, want zo kan ik niet zitten.

Kleurenprinter

Dat mijn leven er echt mooier op is geworden sinds wij een kleurenprinter hebben. Dat alle logo’s, alle moeite die mensen in hun papier stoppen nu ineens tot zijn recht komt. Een brief van het CBR is nu echt een brief van het CBR.

Nu nog een schoonmaker. Dat ik begin te denken dat dat de dingen zijn die echt gelukkig maken, geen kinderen maar een kleurenprinter en een schoonmaker.

Ziek en zielig

Dat mijn vriend ziek en zielig was en ik bij hem in bed ben gaan liggen en me middenin de nacht ook ineens beroerd voelde. Dat het de volgende dag alweer over was en ik toen begon te twijfelen of ik wel echt ziek was geweest die nacht.

Appels kopen

Dat mijn vriend appels voor mij had gekocht bij het boodschappen doen en die in onze fruitschaal had gelegd. Dat ik ze toen ik ze zag in de koelkast heb gestopt, omdat ik nauwelijks appels eet en weet dat ze dan langer goed blijven. Dat hij toen die lege fruitschaal zag en opnieuw appels voor mij kocht. Dat dat drie weken zo doorging. Dat ik eigenlijk niet de zeurende echtgenote wilde uithangen, maar hem toen toch vriendelijk doch dringend heb gevraagd om te stoppen met appels kopen.

Moeder

Dat ik via via hoorde dat de moeder van mijn voormalige psycholoog is overleden. Dat ik haar niet gecondoleerd heb, omdat dat me ongepast leek. Maar dat het nu ook onaf voelt.

Vechten

Dat er ineens twee mannen voor mijn huis agressief naar elkaar werden omdat ze niet tegelijk met hun auto door de straat pasten. Ze vonden blijkbaar allebei dat die ander had moeten wachten. Dat ze zelfs bijna gingen vechten. Dat ik het vanuit mijn werkkamer boven gadesloeg en overwoog om iets te roepen. De zin die in mij opkwam was: ‘Kom op jongens, doe nou even volwassen.’

Dat ik denk dat dat niet had geholpen.

Sluimerend

Dat ik in deze periode van het jaar altijd naderhand jeuk krijg als ik ’s ochtends ga douchen, volgens mij omdat mijn huid wat droger is dan anders. Dat ik dat vervelend vind, maar het gevoel heb dat het wel goed is om geconfronteerd te worden met een probleem dat er wel degelijk is. Als ik alleen ’s avonds zou douchen, is die droge huid een sluimerend probleem en dat klinkt stukken bedreigender.