Niet-oplaadbare batterijen

Dat ik niet-oplaadbare batterijen in een oplader had gestopt en ze na een tijdje begonnen te knetteren. Dit klinkt wel heel erg dom nu ik het op deze manier opschrijf, maar ik wist natuurlijk niet dat het niet-oplaadbare batterijen waren. Er stond heel klein do not recharge op, maar veel groter het woord Energizer. Dat voelde voor mij als: opladen maar!

Na het knetteren heb ik de niet-oplaadbare batterijen ook nog op onze houten tafel gelegd. Toen zijn ze gaan lekken en nu zie je precies waar ze hebben gelegen. Ook hierbij was het niet zo dat ze al lekten en ik ze toen zo bloot op tafel heb gelegd. Ze leken zich redelijk goed te houden na het knetteren, moesten uiteraard wel even bijkomen maar er was geen sprake van vochtverlies.

Maar ik had achteraf natuurlijk net als bij mensen met een hersenschudding elk uur even bij ze moeten gaan kijken.

 

Instagram

Dat ik het zo heftig vind dat je op Instagram alleen hartjes kunt geven, zeker omdat het hartje zo vol in beeld komt. Dan voelt het heel even alsof ik iemand heb aangerand, totdat ik besef dat diegene het veel minder heftig binnenkrijgt. Bij hem staat het alleen ergens onderin zijn schermpje en ben ik een van de velen.

Het tegenovergestelde van valsspelen

Ik betrap mezelf bij tennis regelmatig op het tegenovergestelde van valsspelen. Dan komt er een bal op mij af die waarschijnlijk uit zal gaan, maar sla ik hem voor de zekerheid toch terug, want als je eerst gaat kijken ben je daarna te laat. Vaak blijkt hij dan inderdaad uit te zijn, maar dat durf ik dan dus niet meer te roepen omdat ik al heb teruggeslagen. Ik wil vermijden dat de tegenstander denkt dat ik valsspeel.

Ik vind sowieso dat ik vaak iets te laat ben met ‘uit’ roepen, en dan durf ik niet meer ook al weet ik het zeker. Soms zeg ik dan helemaal niks en als ik in een assertieve bui ben zeg ik dat ik twijfelde en spelen we het punt over. En als een tegenstander echt slecht speelt en daar gefrustreerd over is wil ik ook nog wel eens een oogje toeknijpen. Op een gegeven moment is wat mij betreft elke bal in.

Nu gaf ik gisteren voor het eerst ook een bal van de tegenstander uit waarbij ik twijfelde of hij in of uit was, maar dat was omdat daarvoor al zo vaak dat andere was gebeurd dat ik daar een beetje voor probeerde te compenseren. Dat voelde ook helemaal niet goed. Toen was ik wel heel blij dat ik die game alsnog niet won, maar ik mocht hem ook weer niet expres verliezen van mezelf.

Het fijnst vind ik het altijd als de tegenstander in het begin van de wedstrijd verwacht dat zijn bal uit is, en ik dan ‘Nee hoor, die was in!’ kan roepen. Omdat ie ook echt in was. Dan heb ik dus een wijziging in zijn voordeel doorgegeven, zodat ik mijn ‘niet-valsspeel-bewijs’ heb geleverd en kunnen we daarna gewoon gaan tennissen.

Aankleden

Dat ik wederom in discussie met mezelf belandde over de indeling van mijn tijd. Dat ik toen een schemaatje heb gemaakt voor de volgende dag, maar iets te optimistisch had gerekend. Ik was bijvoorbeeld vergeten dat ik mezelf ook nog aan moest kleden. En blijkbaar duurt dat allemaal nogal. Maar om nou dingen als ‘de wekker uitzetten’ in een planning te zetten, dat wordt wat al te bont. Ik moet de balans qua details dus nog even zien te vinden. Dingen die langer duren om in mijn planning te zetten dan om te doen mogen er sowieso niet in.

Onaardig

Dat ik laatst ineens besefte dat ik nogal snel onaardig doe tegen mijn vriend. Ik ga zeg maar in één keer van 0 naar 6 in boosheid. Dat ik dat geen fijne realisatie vond, want nu moet ik er ook echt iets mee en het lijkt me zo vermoeiend om me continu in te houden.

Fietskoerier

Dat ik me altijd schuldig voel als ik kleding terugstuur naar webwinkels. Ik stel me dan altijd voor hoe blij ze waren toen de bestelling werd geplaatst, en al concludeerden dat dit een goede maand is en ze dit jaar misschien wel op vakantie kunnen. En dan die teleurgestelde gezichten als de postbode bij hen aanbelt en al die pakketjes weer teruggeeft. Dan moet je al die retouren ook nog administratief gaan verwerken, terwijl dat sowieso al niet je favoriete klus is, en dan gaan je cijfers er ook nog door achteruit. Dus dan moet je jezelf wel op een andere manier belonen om het vol te houden, en ga je steeds meer eten. En dan word je dik.
En dan heb je een webwinkel in kleding, maar pas je er zelf niets meer van.

De laatste keer dat ik kleding bestelde werd het per fietskoerier bezorgd. Toen durfde ik het al helemaal niet terug te sturen. ‘Het is misschien niet jouw kleur, maar daardoor wel een keer wat anders’, zei ik tegen mezelf. De categorie kleding die ik als acceptabel beschouw breidt zich bij een fietskoerier razendsnel uit.
Helaas geldt dit niet voor de categorie kleding die ik ook daadwerkelijk draag.

Pannenkoeken

Dat ik pannenkoeken ging bakken voor de lunch, maar bij de derde niet goed uitkwam qua beslag. Als ik het er allemaal bij zou gooien werd hij te dik, maar als ik dat niet zou deed hield ik te weinig over voor een vierde. Dat ik eerst nog een beetje extra in de pan goot maar toen besloot het laatste beetje door de gootsteen weg te spoelen, hoe moeilijk ik dat ook vond.

Dat ik nu toch de neiging voel om dit aan jullie te verantwoorden, om duidelijk te maken dat ie anders écht veel te dik zou zijn geworden. Maar ook écht weer niet zo veel te dik dat ik er ook een vierde van had kunnen maken. En dat mijn derde pannenkoek nu toch al te dik was. Misschien helpt dat.

Eenzaam en verdrietig

Dat ik ineens eenzaam en verdrietig was op de terugweg in de trein. Dat ik toen op mijn app zag dat ik bijna ongesteld moest worden. Dat ik daarna nog steeds eenzaam en verdrietig was, maar dat het vanaf toen gewoon mocht.

Dat het een heerlijke treinreis was.

Houtkachel

Dat het me heel vaak niet lukt om de houtkachel aan te maken. Dat ik het wel altijd koud heb en dat de houtkachel daar de enige echte oplossing voor is. Dat ik nu steeds vóór het aansteken de prettige warmte van een brandende houtkachel afweeg tegen de minderwaardige gevoelens als het me weer eens niet lukt.

Dat ik de houtkachel eigenlijk niet gebruik.

Dezelfde trui

Dat ik het liefst elke dag dezelfde trui aan zou doen. Ik begrijp dat hij af en toe gewassen moet worden, maar aangezien het acryl is kun je hem dan aan het eind van de volgende dag alweer aan. De enige reden dat ik dat niet doe is dat ik bang ben dat andere mensen dan denken dat ik hem niet was en dat ik maar één trui heb.
Had ik maar één trui.