Ja-hond

Dat ik een ja-hond en een nee-hond heb. De ja-hond is in principe enthousiast als we iets gaan doen en rent dan alvast naar deur. Ondertussen zoekt hij steeds oogcontact zodat hij zeker weet dat wij ervan op de hoogte zijn dat hij graag meegaat, waarnaartoe dan ook. De nee-hond heeft in principe geen zin in, en stopt zodra ik mijn jas pak zijn kop snel nog wat dieper achter zijn voorpoot weg omdat hij hoopt dat we hem dan vergeten. Hij gaat er niet vanuit dat wat we van plan zijn iets toe zal voegen aan zijn dag.

Dat ik me toen realiseerde dat ik een nee-mens ben.

Afrit 33

Dat ik niet alleen warme gevoelens heb bij onze auto, maar ook bij bepaalde wegen. Het warmst zijn mijn gevoelens voor afrit 33. Als ik op de weg rijd waar afrit 33 deel van uitmaakt, is het eigenlijk al goed. Maar het feit dat ik bijna naar de weg ga waar afrit 33 zich op bevindt is dan weer niet voldoende, het moet wel echt die weg zelf zijn. Ik weet niet hoe hij heet, alleen dat ik er met mijn navigatie uiteindelijk altijd weer op terechtkom.

En dat ik dan thuiskom en het licht nog aan is, mijn vriend nog wakker en de hond blij. En dat de kat dan zodra ik naar bed ga ook nog in het holletje van mijn knieën komt liggen, omdat die ook wel snapt dat dat allemaal bij afrit 33 hoort.

Oranje kots

Dat ik de dag na Koningsdag door een tunnel fietste en daar een plas oranje kots zag liggen. Dat ik toen dacht: Hee, die kots is oranje. Dat ik daarna dacht: Natuurlijk, het was gisteren Koningsdag. Maar dat ik het achteraf toch niet begreep, het enige wat ik kon bedenken was dat iemand van een heleboel oranje tompoucen alleen de bovenkantjes af heeft gegeten.

Echte zorgen

Dat ik droomde dat de familie van mijn vriend onverwacht langskwam maar we ze niet konden vinden in ons eigen huis. Toen we ze later die dag thuis opbelden zeiden ze: Dan komen we morgen wel weer. Maar dan zou ik alweer twee dagen niks kunnen doen voor mijn werk. En toen was mijn moeder ook nog jaloers omdat mijn tante steeds een vriend had en zij niet, waar ik voor mijn gevoel ook iets mee moest. En toen werd ik wakker en begon ik mij weer zorgen te maken over mijn voorstelling en over hoe ik mijn hobby’s volgend jaar met elkaar kan combineren qua tijd en geld. Maar nog een keer wakker worden zat er niet in, dit waren de echte zorgen en daar moest ik het mee doen.

De verkeerde la

Dat ik gisteren de onderkant van de staafmixer kwijt was, hij lag niet in de gebruikelijke la. Dat ik toen bedacht dat mijn vriend hem waarschijnlijk had opgeruimd en hem toen in de verkeerde la heeft gedaan. Terwijl ik die la opentrok en dat ding inderdaad zag liggen realiseerde ik me pas dat deze la niet echt verkeerd is, het is gewoon een andere la en hij heeft gekozen om hem daarin te leggen. Dat dat wel betekent dat er ook geen goede la is.

Teennagels

Dat ik mijn teennagels aan het lakken was, maar dat dat een beetje voelde als valsspelen. Het is namelijk heel weinig moeite, je voeten knappen er enorm van op en vervolgens blijft het – in tegenstelling tot bij je vingers – gerust de hele zomer zitten. Het is gewoon te makkelijk.

Blijkbaar ga ik er ergens toch vanuit dat de dingen uiteindelijk eerlijk moeten zijn, niet alleen qua goed en slecht gedrag maar ook qua hoeveel moeite iets kost en wat je er vervolgens aan hebt. Zoals ik diep van binnen geloof dat Jan Smit toch ooit zal moeten boeten voor wat hij doet, zoek ik ook naar het addertje onder het gras met betrekking tot het lakken van mijn teennagels.

Verkeersborden

Dat ik veel verkeersborden zo lief vind. Niet die gewone witte met een rode rand waar de regels op staan, maar wel bijna alle andere. De herhalingsborden die aangeven dat we nu toch echt in een 30-zone zijn beland, bijvoorbeeld. Ze houden rekening met mijn feilbare geest die niet alles in één keer doorheeft en willen blijkbaar voorkomen dat ik daardoor in de problemen kom. Maar ook de borden met adviessnelheden, dat ze je gratis en voor niets helpen om zo’n scherpe bocht goed door te komen. En we gaan nooit zomaar ritsen, dat wordt altijd vooraf aangekondigd en dan moet je misschien een beetje remmen maar heeft het uiteindelijk ook wel iets gezelligs.

Voorrang-poes

Dat ik inmiddels een keer of drie per dag over onze oude kat struikel omdat haar reflexen achteruitgaan. Ik probeer er echt wel op te letten en accepteer op zich het beleid dat ze gewoon voorrang néémt nu ze oud wordt, maar soms heb ik een wasmand in mijn handen of is het midden in de nacht en dan schop ik haar per ongeluk toch. Zij reageert dan minstens zo geïrriteerd als ik.

Dat doet me ook denken aan de laatste jaren dat mijn opa leefde. Hij mocht toen van het CBR nog autorijden, maar overzag het allemaal totaal niet meer. Als wij dan bang naast hem zaten en hij midden op een kruispunt stond na te denken, zei hij altijd: Ze wachten maar even.

Uithangbord

Dat ik gisteren op de fiets ineens moest denken aan dat mijn oma vroeger een keer boos op mij was. Dat was nogal schrikken, want normaal was mijn opa degene die streng deed en gaf mijn oma mij dan juist een knipoog om te laten merken dat ik er niet te zwaar aan moest tillen. Totdat we een keer ergens gingen wandelen en ik een maïskolf vond. Die wilde ik natuurlijk houden, dus ik gaf hem aan mijn oma zoals je als kind altijd dingen aan volwassenen geeft zodat jij je handen weer vrij hebt. Toen keek mijn oma me ineens streng aan en zei ze: ik ben geen uithangbord. Ik wist niet wat dat was, een uithangbord, en durfde het ook niet meer te vragen. Ik begreep wel dat het iets was wat je niet wilde zijn.

Gisteren op de fiets zag ik ineens een uithangbord aan een winkel, of nou ja, ik zie die dingen wel vaker maar besefte toen pas dat zo’n ding ‘uithangbord’ heet en dat mijn oma dat destijds bedoeld moet hebben.

Fietsplekjes

Dat ik vanochtend op een onmenselijk vroeg tijdstip de trein moest halen, voor mijn doen dan, en dat ik al die andere mensen op het station zag toestromen en een diep medelijden met ze voelde. Dat ik bij de fietsenstalling aankwam en er al helemaal van uitging dat die overvol zou zijn, zoals normaal wanneer ik op het station aankom, maar dat er toen ineens allemaal plekjes bleken te zijn. Dat ik ineens besefte hoe die mensen in die gewone banen zich staande houden: elke ochtend is er een fietsplekje voor ze dat zegt: je kunt hier staan als je wil.