Afgevallen

Dat ik het nooit zie als mensen zijn afgevallen, omdat ik daar niet op let. Dat vinden mensen vaak beledigend, terwijl ik het zelf meer neutraal vind of een compliment: ik vind gewicht onbelangrijk, 10 kilo meer of minder maakt mij niet uit. Maar mensen zeggen meestal niet dat ze beledigd zijn, dus krijg ik de kans niet om deze toelichting erbij te geven. Dan is er alleen een onprettige stilte. Pas als er dan iemand anders binnenkomt die zegt ‘hee, ben je afgevallen?’ en ik zie diegene opleven, besef ik wat ik verkeerd heb gedaan.

Eén keer zag ik het trouwens wel, jaren geleden. Bij Wendelien van mijn toneelgroepje. Een beetje trots dat ik het eindelijk zelf zag ging ik naar haar toe en vroeg ik of ze was afgevallen. Dat was ze inderdaad. Wendelien bleek anorexia te hebben.

Schildklierprobleem

Ik dacht dat mijn hond saai was en niksig, maar nu blijkt hij al die tijd een schildklierprobleem te hebben gehad. Sinds hij medicijnen krijgt wil hij ineens wel wandelen en spelen en legt hij soms zomaar zijn poot op mijn schoot waarbij hij mij dan heel gezellig aankijkt.

Het is natuurlijk tragisch dat we dat al die tijd niet wisten, maar ik vind het ook hoopvol. Misschien heb ik ook wel organen die niet goed functioneren waar we nog achter zouden kunnen komen.

‘Liefs’

Dat er ‘liefs’ stond onder een mailtje van mijn impresariaat. Dat ik dat altijd lastig vind. Omdat ik niet demonstratief afstandelijk wil doen, maar ‘liefs’ niet bij mij past. Ik strooi daar niet mee, zeker niet bij mensen die ik maar een paar keer per jaar zie en dat de gesprekken dan ook nog over geld gaan. Dus kies ik meestal voor ‘groetjes’, omdat dat iets vriendelijker klinkt dan ‘groet’ of ‘met vriendelijke groet’. (Mijn vriend sluit zijn mails naar mij nog steeds af met ‘groeten’, en daar schrik ik toch elke keer weer van. Ik weet dat het niks betekent, maar vraag me dan toch altijd heel even af of we misschien een ruzie hebben gehad die ik ben vergeten.)

Ik ga dus voor ‘groetjes’. Maar als de ander al ‘liefs’ heeft gezegd voelt dat toch een beetje als een statement. Alsof ik die ander op zijn vingers tik omdat hij te amicaal is geweest, terwijl dat helemaal niet de bedoeling is. Ik vind het niet erg om liefs te kríjgen, ik gééf ze alleen niet zomaar. Als ik ze wel teruggeef voel ik me hypocriet én ben ik bang dat het mijn impresariaat gaat opvallen dat ik normaal altijd ‘groetjes’ doe en nu zij ‘liefs’ doen ineens ook met ‘liefs’ aan kom zetten. Hoe nep kun je zijn? En wat doe ik dan de volgende keer? Als je teruggaat naar ‘groetjes’ lijkt de stemming enorm te zijn bekoeld.

Ik besluit voor een compromis te gaan en typ ‘groetjes!’ terug. Met uitroepteken. Hopelijk is de overgang terug naar ‘groetjes’ nu nog wel mogelijk de volgende keer.

Pinguïns en ijsberen

Ik heb jarenlang gedacht dat pinguïns even groot zijn als ijsberen. (Tot een paar jaar geleden geloofde ik dat nog.) Ik weet niet hoe ik daarbij kwam, ik heb het gewoon aangenomen, gebaseerd op de gedachte dat al het substantieels wat op de Noord- dan wel Zuidpool rondloopt wel ongeveer van menshoogte zal zijn. Inmiddels is me wel verteld dat pinguïns kleiner zijn, en toch duiken ze in mijn beelden steeds weer met hun kop naast de ijsberen op.

Somberheid

Hoe mijn somberheid meestal omslaat als mijn vriend thuiskomt. Hoe ik vervolgens boos op mezelf ben dat ik hem daarvoor nodig heb, ik vind dat ik het zelf om moet kunnen buigen. Hoe ik dan toch weer somber word. Zie je wel, hij kan me ook niet helpen.

Coping

Ik vind dat mijn kat niet goed met haar angsten omgaat. Ze heeft maar 1 coping strategie en dat is wegrennen. Vorige week moest ik haar een pilletje geven en sindsdien is ze bang voor mij. Zodra ik me ook maar enigszins in haar richting beweeg, sprint ze weg. Maar daardoor komt ze er niet achter dat ik helemaal geen pil ging geven dit keer. Ze denkt nu steeds: het is me toch maar mooi gelukt om aan die pil te ontsnappen. Maar zo blijft ze natuurlijk bang.

Bij angst dwing ik mezelf altijd om me eraan bloot te stellen, omdat je elke keer dat het goed gaat ontdekt dat het meevalt.

Mijn kat werkt niet aan zichzelf. Misschien benijd ik dat nog wel het meest aan haar.

Holleeder

Dat ik het boek over Holleeder heb gelezen en daar toen in 1 week 5 nachtmerries over had. Niet fijn natuurlijk, en ook nog zelfverkozen want ik ben wel door blijven lezen. Maar dat was wel het minste wat ik voor Astrid kon doen. Als zij wakker wordt is er geen opluchting, dan begint de nachtmerrie pas. Hopelijk zijn haar dromen wel fijn.

Wat ik wel heb nu is dat ik wil weten hoe het verder gaat, dan google ik het nieuws weer omdat ik ergens toch hoop dat er weer iemand is geliquideerd. Als je een spannend leven hebt moet je dat wel vol blijven houden vind ik, anders kan ik net zo goed mijn eigen leven weer gaan volgen.

Met spullen slepen

Als mijn hond alleen thuis is, gaat hij altijd met mijn spullen slepen. Omdat hij zich niet fijn voelt. Dan kom ik thuis en heeft hij in zijn mand mijn bergschoenen verzameld en mijn sokken. Daar zit mijn geur aan, dat schijnt hij prettig te vinden. Ik voel me vereerd dat iemand mijn geur zo graag om zich heen heeft, en vind dat mijn vriend ook wel eens wat stappen in die richting zou kunnen nemen.

Maar soms ben ik wel thuis en dan werk ik boven. Om de hond tegemoet te komen, zet ik de deur naar boven dan altijd open. Hij mag bij me komen zitten, er staat ook een mandje naast mijn bureau. Soms doet hij dat, maar meestal wil hij liever beneden blijven. Dat vind ik prima, maar ik vind het niet eerlijk als hij dan alsnog met mijn spullen gaat slepen alsof hij alleen thuis is. Dat is dramatisch doen om het dramatisch doen.