Afgespoelde vlokken

Sinds vanochtend weet ik dat afgespoelde vlokken niet lekker zijn.

Aan deze conclusie is nogal wat voorafgegaan. Toen ik vlokken op mijn broodje strooide, viel er namelijk eentje in de gootsteen. En hoewel ik mijn eigen gootsteen, in tegenstelling tot die van andere mensen, gevoelsmatig nooit heel vies vind, ben ik me er wel van bewust dat daar waarschijnlijk allerlei bacteriën in rondwaren, misschien ook wel in tegenstelling tot bij andere mensen want wij maken niet zo vaak schoon. Het allergoorste vind ik het putje leeghalen bij andere mensen. Als je weet wat er in het putje zit omdat je het zelf ook deels hebt gegeten is het al smerig, laat staan als je niet weet wat er aan je vingers blijft kleven. Maar er viel een vlok in mijn gootsteen, dat vond ik zonde dus spoelde ik hem af en at ik hem alsnog op.

Ik vond het zonde om hem weg te gooien omdat je bij vlokken toch al niet zo veel waar voor je geld krijgt. Er zit vooral lucht in het pak, de kracht van vlokken is tegelijkertijd hun zwakte. Daarom koos ik eerder altijd voor het redelijkere hagelslag: iets minder lekker maar je krijgt wel de hoeveelheid die het pak belooft. De pure hagelslag van Fairtrade hadden wij altijd, totdat ze daar ineens melk in gingen stoppen en ik dat niet helemaal fair vond ten aanzien van de koeien. Toen ontdekte ik dat de Aldi wel fair trade hagelslag zonder melk van een ander merk heeft en moest ik daarheen van mezelf. Ik trof er inderdaad tussen alle bagger fair trade hagelslag aan. Maar dit was niets vergeleken bij de oude hagelslag van Fairtrade zelf. Dit was verstandige hagelslag, te klein en met te veel cacao, het snoeperige was er helemaal vanaf. Dat je bijna denkt: dan neem ik wel een broodje sla. Dus toen was ik de keer erna weer bij de Albert Heijn en wilde ik de huismerk pure hagelslag in mijn mandje leggen, maar ik bedacht me. Ik redeneerde als volgt: als ik dan toch zondig kan ik net zo goed op meerdere fronten tegelijk zondigen (niet fair trade én veel lucht) en vlokken nemen. Dus mocht ik ineens vlokken! (Bedankt nog Fairtrade, voor het toevoegen van de melk in jullie hagelslag.)

Maar wat ik vreesde gebeurde: het pak raakte erg snel leeg. Ofwel je doet er te weinig van op je broodje, ofwel de pakken onethisch broodbeleg zijn niet aan te slepen. En dat mag natuurlijk niet elke keer. Dus toen er één vlok bij het strooien in de gootsteen belandde, spoelde ik die af en at ik hem alsnog op. En dus kan ik jullie nu vertellen: het natte van de vlok is geen match met het knapperige, het blijft naast elkaar bestaan maar het wordt geen geheel. En het is ook nog maar de vraag of het de boel ten goede zou komen als het dat wel werd.

Ruzies die je niet raken

Dat ruzies die je niet echt raken heel vermoeiend zijn, niet op een emotionele manier maar wel qua volume, qua ritme, qua alles. Ook qua dat je beseft dat je er beter niet bij had kunnen zijn, liever iets anders had willen doen. Zelfs deuren in de grondverf zetten was een leukere besteding van je tijd geweest, en dat is het niet zo snel.

Opblijven

Hoe weet ik nou of ik wel of niet op mag blijven en wanneer? Hoe breng ik daar systeem in aan? Ik probeer het vaak, maar ik hou ze nooit lang vol. Voortaan ga ik elke ochtend om 8 uur op, behalve als ik moet optreden. Voortaan werk ik in sessies van 3 kwartier. Voortaan mag ik ’s avonds iets leuks doen als ik overdag heb geschreven.

Ik heb de discipline wel om mijn systemen vol te houden, maar na een paar dagen zie ik het nut er meestal niet meer van in. Ik ben erg moe nu, dus hoezo zou ik morgen om 8 uur opstaan? Ik heb zin om te werken vandaag, dus geen reden om dat in sessies op te delen of vanavond vrij te nemen.

Het probleem is denk ik dat ik te vaak evalueer. Een organisatie voert een verandering door en kijkt het dan een jaartje aan. Ik één dag, of 3 kwartier. Omdat alles dan vaak alweer anders voelt blijf ik bijstellen en besteed ik uiteindelijk heel veel tijd aan de systemen. Misschien is dat wel hun belangrijkste functie: dat ik ook regelmatig vergader, net als mensen met echte banen, maar dan met mezelf. Geen jaargesprek maar een uurgesprek.

Costa

Ooit was ik figurant in Costa. Er werd een scène opgenomen in mijn dorp, en ik was 18 dus ik wilde op tv. Wat ik er nog van weet is dat een van de figuranten in een kooi mocht dansen in latex. Ik niet, ik heb alleen op de achtergrond gedanst. Ik wilde niet in die kooi, dat hele latex sprak me al niet aan. Ik werd ook niet gevraagd trouwens. Je moest zelf al iets opvallends aan hebben om eruit gepikt te worden. Ook al kreeg je daarna de latex van de organisatie.

Een van de acteurs was niet tevreden over het meisje wat hij onderspoot met champagne, dus zij werd gewisseld. En we kregen koude pasta in een bus, of pasta in een koude bus, dat wil ik kwijt zijn. We moesten in elk geval in een bus wachten omdat we op de set te veel lawaai zouden maken. In mijn herinnering was de pasta koud, maar als ik er nu over nadenk zal dat vast niet het geval zijn geweest. Het zal dus wel de bus zijn geweest, of de algehele ervaring.

Mijn agenda

Het is eind november, en mijn agenda begint moe te worden. De kartonnen hoekjes van de kaft zijn al niet zo hoekig meer en een beetje naar binnen gevouwen. Overal staan snel neergekladde aantekeningen, wat ik in het begin van het jaar altijd weet te vermijden (‘ik zoek even een papiertje – moment’). Hij wordt ook steeds dikker, zou dat echt van de inkt zijn? Hij loopt op zijn tandvlees, maar hij moet nog even.

Mijn accountant en ik

Mijn accountant en ik worden er allebei blij van als dingen kloppen. Dat schept een band, ook al doen we heel verschillend werk. Hij zit elke dag in een glazen unit op een industrieterrein in Amersfoort, ik werk thuis. En hij heeft natuurlijk een auto. Hij lijkt elke keer weer verbaasd te zijn dat ik ook echt aankom, met de trein.

Mijn accountant lijkt niets anders te willen dan accountant zijn. Hij is ook gelovig, misschien helpt dat. Dit hoeft het leven niet te zijn, hij krijgt meerdere kansen. Of dat denkt hij in elk geval. Bij mij moet het nu gebeuren. Een hostie troost mij niet, hoogstens als ik een heel klein beetje honger heb, niet echt honger maar meer trek, niet in iets zoets, niet in iets hartigs, maar in iets neutraals. Ik heb ze al jaren niet meer gegeten. Zou je ze ook zelf kunnen kopen? Dan zou ik het pak waarschijnlijk in één keer leegeten (zitten ze in een pak?). Niet omdat dat zo lekker is, maar om iets te doen te hebben tijdens mijn onduidelijke werk. Werk waarin nooit iets klopt, of je in elk geval nooit weet of iets klopt.

Mijn accountant krijgt betaald om door te werken tot dingen kloppen. Daarom is hij heel vaak blij. De dag in het jaar waarop hij de boekhouding van mijn onduidelijke bedrijf kloppend maakt, is voor ons allebei een goede dag.

Het ziekenhuis

Dat het zo gezellig was in het ziekenhuis. Dat ik vaak probeer fijne momenten in te bouwen in de week: afgelopen week zijn we uit eten geweest en naar het strand. Dat was allebei oké: op het strand hadden we weinig tijd, maar de hond was wel blij. En het restaurant was erg rumoerig, maar het eten was wel lekker.

Maar het ziekenhuis was echt leuk. Kanker had ik toch niet, dat wisten we al. Dus wat zou zo’n knobbeltje de stemming dan bederven? En we moesten een uur wachten tussen de echo en de afspraak met arts in. Een uur! We hadden niks meegenomen om te doen, dus kregen we zomaar tijd cadeau.

We hebben een rondje gelopen door het ziekenhuis, maar er bleken helemaal geen winkeltjes te zijn zoals in Tilburg. Maakte ons niet uit. Toen zijn we teruggegaan naar de wachtkamer. We besloten oude foto’s te kijken op onze telefoon, en moesten daarom lachen. Te hard voor in een ziekenhuis. Maar iedereen kon wat ons betreft even de kanker krijgen: op het strand hadden we te weinig tijd en het etentje was te rumoerig, dus laat ons nou even, ja?

Mijn haar

Mijn haar hoeft niks vandaag. Niet leuk te zitten, niet te glanzen, geen volume te hebben. Er mag een elastiekje in en dan kan het zich daaraan overgeven. Het wordt ondersteund, het mag alles loslaten. Zelf vind ik het altijd moeilijk als de fysiotherapeut mijn hoofd op wil tillen, om het dan niet snel zelf alvast te doen. Maar mijn haar kan dat. Het elastiekje zorgt ervoor dat het niet valt, zelfs niet als het doodgaat.

Puppybrokken

Ik snap het wel, dat Teddy liever de puppybrokken wil. Hij is natuurlijk geen puppy meer, maar ze zien er gewoon lekkerder uit. Donkerder, kleiner, ronder: gezelliger. Krokanter ook. Veel beter dan de grote grijzige brokken voor volwassen honden, in degelijke driehoekjes.

Het lijkt op de keuze tussen een handje borrelnootjes en een handje walnoten. ‘Nootjes’ en ‘noten’ zegt alles al: borrelnootjes neem je even lekker tussendoor, ze knapperen in je mond en zijn weg voordat je het weet. Walnoten zijn een klus om weg te werken, die blijven overal achter je tanden en kiezen zitten. Ze lijken maar niet door je keel te willen, alsof je mond en je keel ze allebei niet willen hebben maar er onderling nog niet over uit zijn wie het stomme klusje gaat klaren.

Ik kan appels wel lekker vinden en dat ook benoemen en benadrukken hoe goed het voelt om tussendoor fruit te nemen in plaats van chips/snoep/chocola, maar ik moet het vrij hard zeggen om het zelf te geloven.

Van mij mag Teddy puppybrokken. Er zit te veel eiwit in Teddy, we hebben ook saaie grijze brokken. Maar jij mag kiezen.