Trots

Dat ik iets te enthousiast ‘nee!’ zei toen de doktersassistente vroeg of ik het uitstrijkje dat ze ging maken vervelend vond. Het was niet zo dat ik me er echt op verheugde, maar ik was zo trots dat ik een keer iets medisch moest waar ik niet bang voor was.

Zumba

Dat ik een proefles Zumba deed en dat dat het langste uur van mijn leven tot nu toe was.

Het waren allemaal hele korte nummers dus we deden er wel twintig, terwijl ik me na vier nummers al afvroeg of het inmiddels niet eens tijd was. En wat de beweging ook was, je moest er altijd ook bij springen. Met 50 mensen tegelijk. Het probleem was dat ik als enige de bewegingen nog niet kende. Er werd niets langzaam voorgedaan, je moest direct meedoen. Dus hupste ik er moedeloos achteraan. En ik was achterin gaan staan, maar soms draaide alles ineens om en stond ik dus ook nog vooraan.

Wat ook niet meehielp was dat de juf, die ‘Rox’ heette of beweerde te heten, steeds rondliep en dan tegen je begon te schreeuwen, in plaats van dat ze de pasjes gewoon voordeed op haar verhoging. Dus dan moest ik naar iemand anders kijken om te weten wat ik moest doen, maar toen bleek iedereen toch net iets anders te doen.

Toen de les er bijna op zat keek ‘Rox’ me ook nog aan vanaf haar verhoging en deed ze ondertussen haar mondhoeken omhoog. Ze bedoelde dat ik moest lachen. Al mijn hele leven zeggen mensen regelmatig tegen mij dat ik moet lachen. Tot nu toe deed ik dan altijd een poging, waardoor de discrepantie tussen hoe ik mij van binnen voelde en wat ik stond te doen nog groter werd. Nu weigerde ik. Ze bleef haar mondhoeken maar omhoog duwen en naar mij kijken, het leek bijna op een pasje. Ik keek terug en deed niks. Voor het eerst in mijn leven. Dus toen ‘Rox’ aan het eind van de les – dat gelukkig toch kwam – schreeuwde dat we trots op onszelf mochten zijn, was ik dat ook.

Ik heb een aft in mijn mond

Dat er altijd wel iets lichamelijks is wat op dat moment het vervelendst is en dat ik dat altijd graag op wil noemen. Nu is het een aft in mijn mond. ‘Ik heb een aft in mijn mond’, wil ik dan zeggen. Soms is het ook een beginnende keelpijn of anders ben ik altijd nog moe.

Dat ik vermoed dat geluk deels relatief is, en dat dat me vast ooit gaat helpen. Zodra ik dan iets heel ergs krijg, zoals reuma (wat ik niet hoop, maar ik zal heus wel ooit iets krijgen wat erger is dan een aft), heb ik hopelijk geen last meer van zo’n aft. Dan word je filter gewoon grover. Dan is een aft wat nu een gescheurd nagelriempje is of droge handen. Of zal ik altijd alles op blijven noemen?

Muren

Dat ik met ”konings’nacht’ na een optreden op het station stond.

De buitenste aanhalingstekens zijn omdat ik tegen de monarchie ben en gevoelsmatig dus geen koning heb, de binnenste zijn omdat ik het nog steeds als een soort grap vind klinken dat het nu ‘koningsdag’ is in plaats van ‘koninginnedag’. En een hoofdletter bij die dagen, daar doe ik al helemaal niet aan (zie de buitenste aanhalingstekens).

Ik vier deze dagen dus ook niet, maar kon niet om de feestende mensen op het station heen. Ik hoorde een meisje een grapje maken met de naam van een van de jongens waar ze mee op stap was, op het niveau van Ad-patat (Ad krijgt van mij wel een hoofdletter). Maar hij heette geen Ad, ik weet zijn naam gelukkig niet meer.

Dat ik toen snel naar huis ben geracet, er ook nog politie stond en ik geen verlichting had dus steeds harder ging fietsen. Dat ik toen ineens zo blij was dat mijn huis muren heeft waar mensen niet doorheen kunnen. Ze kunnen zich verzamelen rondom mijn huis met bier en troep, ze kunnen schreeuwen wat ze willen, maar ze kunnen er niet in.

Werk en privé

Dat ik probeer werk en privé enigszins te scheiden maar dat dat echt een onmogelijke taak is.

Ten eerste is het in mijn huis niet gescheiden, ik doe alles op dezelfde laptop en in dezelfde kamer, want ik zit toch het liefst beneden. Ten tweede houden de mensen zich ook niet aan de categorieën. Dan raak ik bijvoorbeeld ineens bevriend met een collega en wordt het allemaal nog onoverzichtelijker.

Ook in mijn mail loopt alles door elkaar. Hotmail gebruik ik eigenlijk voor privéconversaties en Gmail voor werk, maar sommige vriendinnen mailen mij op Gmail en andere dingen waren eerst hobby en nu werk en dan vind ik het zo hard om die mensen ineens naar Gmail door te schuiven. Bovendien wil ik niet zo iemand worden die mailtjes verstuurt met een ‘urgent’ vlaggetje waar dan alleen in staat dat je voortaan een ander emailadres moet gebruiken. Dan denk ik zelf meestal ook: ik blijf gewoon naar het oude adres mailen en dan hoor ik het wel als het een keer echt niet aankomt.

Broek

Dat de kat via mijn been op mijn bureau probeerde te komen maar ik net wakker was en nog geen broek aan had. Dat ik toen heel hard ‘Au!’ riep. Dat de kat daarna even stil op mijn bureau bleef zitten, in afwachting of er al dan niet geaaid ging worden. Normaal duwt ze haar kont gewoon in mijn gezicht, maar dit keer besefte ze wel dat dat even niet aan de orde was. Dat het uit mij moest komen nu.

Snelbinders

Dat ik nog wel eens terugverlang naar de tijd dat snelbinders gewoon een gebruiksvoorwerp waren. Nu stond ik bij de fietsenmaker en vroeg hij welke ik wilde. Ik zei meteen ‘gewone’, maar die oude dikke dofzwarte die op een gegeven moment scheuren, die had hij niet. Hij had wel allerlei andere, in verschillende kleuren, merken en diktes. Dus werd ik gedwongen iets van snelbinders te vinden.

Bij het kopen van mijn fiets had ik nog heel stoer tegen dezelfde fietsenmaker gezegd: als je de zwarte niet op voorraad hebt, doe dan die groene maar. Ik wil vandaag een fiets. Toen kreeg ik ook nog korting. Gebruiksvoorwerpen beschouwen als gebruiksvoorwerpen werd die dag beloond.

Makelaar

Dat het me gisteren opviel dat ik nog steeds verbaasd ‘hoi’ zeg als ik in mijn woonplaats iemand tegenkom die ik ken. Ik woon hier nu 8 jaar, en in het begin was die verbazing logisch. Ik weet nog hoe ik alleen de makelaar kende en heel blij was toen ik haar ineens bij de Albert Heijn zag: ik had een bekende gezien, dus nu woonde ik hier echt. Maar inmiddels kom ik doorlopend mensen tegen. Vijftigjarige mannen van de tennis die ook een hond blijken te hebben, zeventigjarige vrouwen van de schilderles op de markt, mindfulnessvrouwen op de fiets, buren in mijn eigen straat en soms zelfs vriendinnen op het station. Misschien wordt het tijd om de verbazing bij mijn ‘hoi’ weg te laten.

Tussenpozen

Dat een van onze katten altijd blij is als we iets nieuws in huis hebben. Zo ging ze meteen bovenop de nieuwe printer zitten zodra we die hadden geïnstalleerd. Spullen verplaatsen is ook al goed, als er maar iets verandert. Dan kan ze dat weer inspecteren. Zou ze in die tussenpozen dat alles hetzelfde blijft ook denken: wanneer gebeurt er hier nou weer eens iets? Dat het zo fijn zou zijn als de kat daar een signaal voor zou geven, dat het even genoeg is geweest met de oude opstelling. Zoals de kanaries in de kolenmijnen waarschuwen voor een gaslek waarschuwt je kat zodra je huis inkakt.

Weekendje weg

Dat ons weekendje weg heel leuk moest worden, want we waren er erg aan toe. Dat ik op zaterdag bang was dat dat al mislukt was. Dat ik dat van mijn vriend niet mocht zeggen. Dat we daar toen ruzie over kregen. Dat het toen langzaam zondag werd en we nog steeds niet hadden genoten. Dat we er uiteindelijk om konden lachen en het weekend toen heel fijn afsloten. Dat het me vervolgens lukte om te denken: het gaat om het eind.